Serie Auto & Alternatieve brandstof: binnenstedelijke bus

De serie ‘Auto & Alternatief’ gaat in op de mogelijkheden van milieuvriendelijke brandstoffen of andere alternatieven voor voertuigen. Denk aan bussen die op groengas rijden, vrachtwagens op biodiesel en auto’s op bio-ethanol.

Dit is deel 5 van de serie: de binnenstedelijke bus.

Zit jij er wel eens in? Of mijd je het regionale openbaar vervoer zoveel mogelijk? De binnenstedelijke bus. Het is niet altijd een pretje om mee te rijden. De meeste chauffeurs lijken er een sport van te maken zo lomp mogelijk op te trekken en af te remmen. En met een beetje geluk heb je last van de zg. eigenfrequentie waardoor de bus het wachten voor een stoplicht je meer een soort massage geeft, dan dat je het gevoel hebt even tot rust te kunnen komen, omdat je, per slot van rekening, gereden wordt…

En dan de uitlaatgassen en de herrie aan de buitenkant. De nieuwste bussen hebben dit probleem al veel minder, maar een beetje bus weet juist bij het optrekken heel veel vieze lucht naar buiten te persen en dat onder een luid kabaal.

Kan dat nou niet anders? Start-stop systemen bij auto’s zien we al veel vaker. Kan die ronkende diesel niet wat trillingsvrijer opgehangen worden? Het rijden op groengas is toch stiller. En wat te denken van elektrisch rijden?

Ja, het kan dus ook best wel. En het gebeurd ook wel op steeds meer plekken. Belangrijk om te weten in dit kader, is dat de regionale overheden concessies uitgeven van gebieden waarin partijen als Connexxion en Qbuzz het busvervoer mogen verzorgen.

De concessieverleners bepalen de kwaliteit van de dienstverlening door in het bestek van de aanbesteding aan te geven aan welke kwaliteitseisen moet worden voldaan.

In het afgelopen decennium is er in veel concessies ingezet op ‘schoner rijden’. Met name door het verplicht stellen van CNG bussen. Deze bussen stoten veel minder vuile gassen uit dan de bussen die ze vervingen en dan de diesels die op dat moment op de markt waren. Daarnaast maken ze minder lawaai.

De discussie die daardoor vaak ontstond ging over het verplicht stellen van een bepaalde brandstof. Aanbieders bepalen liever zelf hoe zij bepaalde doelen bereiken en zien dus liever dat er opgegeven wordt hoeveel schadelijke stoffen en geluid er uitgestoten mag worden. Dan zijn zij vrij om te kiezen of ze dit invullen middels CNG of middels bijvoorbeeld schone diesels. Een verplichting van een, nieuwe, brandstof kan marktverstorend werken.

Mijns inziens is het inderdaad beter om doelen te stellen dan methodes om die doelen te bereiken voor te schrijven. Maar feit is wel dat het verplicht inzetten van deze bussen er toe heeft geleid dat een aantal binnensteden werkelijk schoner is geworden en dat de inzet van CNG/groengas een vlucht heeft genomen. Zonder dit pioniers werk, was er waarschijnlijk veel minder van de grond gekomen.

En de elektrische bus? Ja, die komt er aan. Zowel grote als kleine partijen zijn er druk mee bezig. Om de actieradius te vergroten worden zaken als inductieladen en snelladen ontwikkeld. Of het weer nodig is dit verplicht te stellen, is de vraag. Het is makkelijk genoeg doelen te stellen waar de elektrische bus als enige aan kan voldoen, zoals het niet hebben van een lokale uitstoot. Als de concessieverlener dan ook maar nadenkt over hoe de stroom en de bus zelf geproduceerd worden, want recentelijk onderzoek toonde maar weer aan dat elektrisch rijden niet alleen maar rozengeur en maneschijn is…

 

Wil je naar aanleiding van dit artikel jouw mening geven? Graag! Het kan in het veld hieronder.